Positieve identificatie van dader moord op Edgar Carlier
Beste onderzoeker, gefeliciteerd! Ook jij hebt waarschijnlijk begrepen dat de moordenaar niemand minder is dan Emile Arrighi, de projectmanager van de CEO.
Maar ook als je het mis had, valt je niets kwalijk te nemen. Een onderzoek uitvoeren met de adem van ‘de terriër’ in je nek, tijdens een bijeenkomst vol gefrustreerde personeelsleden, verkopers van France Cravate die ervan overtuigd zijn dat ze het wiel uitgevonden hebben met een nieuw paisley-patroon, Italianen die willen bewijzen dat hun stropdas beter is dan die van hun buurman… Dat zijn niet bepaald ideale omstandigheden.
Maar nu weer ter zake. Op het eerste gezicht zou niemand ooit Emile Arrighi verdenken. Hij is zo’n werknemer wiens bestaan niet wordt afgemeten aan zijn persoonlijkheid, maar aan het feit dat hij de notulen maakt van vergaderingen waarin niet om zijn mening wordt gevraagd.
Altijd in de schaduw van de leden van de bedrijfsleiding, rammelend op het toetsenbord van zijn pc, leek hij voorbestemd om als onbetekenende figuur door het leven te gaan. Maar soms nemen juist zij het podium over.
En als ze het overnemen, dan met geweld.
Sinds het begin van de onderhandelingen met La Cravatta d’Oro gaf Edgar Carlier al blijk van een vastberaden focus op Italië. Een zeer Franse focus, die zich vooral uitte in flauwe imitaties van accenten, pesterige opmerkingen over ananaspizza’s en niet aflatende grappen over de uitschakeling van het Squadra Azzurra voor het WK voetbal.
Elke vergadering begon steevast met steekjes als: ‘En Arrighi, ga je de presentatie van deze SWOT-analyse in Italiaanse gebarentaal doen?’ of ‘Ik wil deze papieren nu, pronto pizza!’
En zoals Carlier zou hebben gezegd: ‘E tutti quanti’ (wat betekent: ‘en de rest’).
Het probleem is echter dat Emile Arrighi geen Italiaan is. Hij is Corsicaan, iets wat Carlier maar al te goed wist en hem des te meer aanzette om Italiaanse grappen te maken.
Daar kwam een wekelijkse vernedering op het gebied van kleding nog bij.
Bij France Cravate, de honderd procent Franse speler in de stropdasindustrie, is de chique stropdas niet zozeer een accessoire als wel een religie. Flamingo’s die martini’s drinken, octopussen die saxofoon spelen, bananen in smokings, egels die jeu-de-boulen. Hoe onwaarschijnlijker het motief, hoe beter het verkoopt. Als Carlier erover praatte, deed hij dat met enthousiasme die een ander heeft als hij de geboorte van zijn eerste kind beschrijft, al was hij bij geen enkele bevalling van zijn drie opeenvolgende echtgenotes geweest.
In de tijd dat hij nog werkte voor een fabrikant van confectiekleding, was de jonge Edgar op een idee gekomen dat hij zelf graag beschreef als ‘het kantelpunt voor de Franse stropdassenmarkt’: de lancering van een reeks dassen die een beetje ‘apart’ waren.
Het was een verhaal waarop hij zijn publiek bij elke bedrijfsbijeenkomst trakteerde: van het eerste bestelformulier voor acht dassen met Black Jack-patroon, de postordercatalogus, de eerste verkooppunten, het faxapparaat dat tot diep in de nacht piepte, de met de hand ingepakte dozen, de afleverbonnen met carbonpapier ertussen tot de eerste jubelende klantenfeedback… Een Amerikaans succesverhaal, nog even afgezien van de Texaanse stropdassen.
Emile weigerde echter, met een koppigheid die grensde aan insubordinatie, iets anders te dragen dan effen donkere stropdassen, zelfs op casual friday. Vooral op casual friday. Als hij door Carlier werd uitgemaakt voor rotte (Italiaanse) vis, barstte de verzamelde bedrijfsleiding steevast uit in uitbundige lachsalvo’s. Maar ook dat dreef Arrighi niet tot moorddadige impulsen. De druppel was een schokkende gebeurtenis tijdens het gala op landgoed Belle Lune.
Gealarmeerd door een gerucht over een overname van France Cravate door de nieuwe Italiaanse partner, ging Emile op zoek naar de CEO. Met een glas mousserende wijn in de hand liep hij naar de Sirocco-zaal, waar de bedrijfsleiding discreet was neergestreken vanwege de rust en beslotenheid die de ruimte bood bij de drukbezochte bijeenkomst.
Hij ontdekte Edgar Carlier in een houding die ver afstond van de waarden en normen die deze een paar uur eerder nog tegenover zijn toehoorders had gepredikt. Het waren beelden die zich in Emiles netvlies brandden en die hij niet meer uit zijn hoofd kreeg. De verbijsterde Arrighi zweeg toen zijn ogen die van zijn meerdere ontmoetten. Carlier was minder terughoudend.
‘Arrighi… Niemand zal je geloven als je dit doorvertelt. Je kijkt alsof je net je maffiabaas hebt verklikt. Alhoewel… die blik past perfect bij die doodgravers-stropdas van je.’
Op dat moment brak er iets. Niet in de zaal, maar in Emile.
Heel kalm pakte hij de stropdas van Carlier en draaide die strak aan totdat er ook iets bij de CEO brak. En daar stond Emile toen met een lijk aan zijn voeten, terwijl het feest buiten in volle gang was. Huiverend trok hij het raam dicht voordat hij orde op zaken ging stellen. Hij deed wat hij gewend was te doen: een probleem oplossen voor het uit de hand liep. En in dit geval een probleem dat een zaak van de politie zou worden.
De oplossing lag voor de hand: de moord laten lijken op zelfmoord.
De stropdas van zijn baas fungeerde als touw, Emile knoopte zijn dubbele Windsor-knoop met nautische precisie, die een zeezeiler waardig zou zijn geweest. De knoop zou zelfs bij de hevigste storm niet losraken.
Met een andere stropdas, gevonden in een doos, knoopte hij de dubbele deuren van de Sirocco-zaal dicht en vluchtte hij door het halfopen raam. Pas veel later zou hij beseffen dat er geen stoel bij het bungelende lichaam stond, waardoor zelfmoord nogal onwaarschijnlijk werd. Helaas had Magalie, bekend als ‘Mag’, een overenthousiaste hr-manager, hem toen al vastgegrepen, waardoor hij niet terug kon gaan om zijn macabere enscenering te perfectioneren. ‘Daar ben je! We missen een deelnemer voor de macarena!’ Voordat hij kon protesteren, stond Emile te midden van de groep de macarena te dansen, die speciaal was herschreven om de fusie te vieren. ‘France Cravate, Cravatta d’Oro. Rechterhand vooruit, synergie, bravo! Linkerhand, operationele uitmuntendheid. Draai je om, structurele groei… (Allemaal tegelijk!)’
De Fransen zongen vals. De Italianen maakten dat weer goed. Hr-medewerkers huilden van emotie. Emile klapte mee op het ritme, meegevoerd door de aanstekelijke vreugde van het moment, waardoor hij tegen zichzelf zei: ‘Wat is Europa toch fantastisch!’
Toen de dans was afgelopen, dacht hij niet meer aan Carlier of stropdassen, maar aan zijn volgende vakantie op Corsica.
En nu kom jij zijn rust verstoren met een moordaanklacht.
Klik hier om terug te gaan naar het hoofdmenu